Hoe ziet het onderwijs van de toekomst eruit?

Het onderwijs van de toekomst
Second Life onderwijsIn mijn vorige blog schreef ik over de transitie die we op dit moment meemaken, waarin het mechanistische wereldbeeld wordt verruild voor de nieuwe postmoderne variant. In het onderwijs gaan we van een systeem waarin er sprake is van eenzijdige kennisoverdracht door de docent naar een onderwijsfilosofie waarbij kennis delen steeds meer centraal staat. Geheel terecht vragen veel mensen zich af: als we ons deze andere mindset al eigen kunnen maken en het onderwijs erop aan gaan passen, hoe gaat dat onderwijs er dan concreet uitzien?

Afbeelding: NMC Second Life

Onderwijs Challenge
Een glimp hiervan kreeg ik tijdens de presentaties van de Onderwijs Challenge op het Onderwijscongres in Den Bosch, waar PABO-studenten een beeld gaven van de leerkracht en het onderwijs in 2020. 2020 staat als jaartal symbool voor het moment waarop onderwijs zal worden gegeven aan scholieren die volledig en op meerdere gebieden met ICT zijn opgegroeid (de zogenaamde digital natives).

Docent is passiedeler
De PABO-studenten die aan de Challenge deelnamen schetsten een beeld van scholieren die door hun docenten zoveel mogelijk worden aangemoedigd om hun eigen pad te volgen, door hen een aanbodgestuurde manier van begeleiding aan te bieden. In dit nieuwe onderwijssysteem heet een docent geen docent meer, maar een zogenaamde SharP, een Sharing Passions-begeleider, oftewel een passiedeler.

DE WERELD ALS METHODE

 

De wereld als methode
De school wordt een expertisecentrum, waarin niet meer een van boven opgelegde methode de leidraad vormt, maar de wereld zelf als methode wordt beschouwd. Zo is er de leerling die op basis van eigen interesse en motivatie een ontwerp voor een product maakt, en dit product meteen met zijn klasgenoten (en eventueel een groep daarbuiten) kan delen (door het ontwerp online aan te bieden, zodat andere leerlingen het kunnen uitprinten met een 3D-printer). Er is ruimte voor discussie over de schooltijden: leren vindt niet meer uitsluitend binnen een vastgesteld aantal uren plaats, maar is een proces dat continu, op verschillende momenten en plaatsonafhankelijk (dus ook thuis) kan plaatsvinden. Leerlingen leren al jong in netwerken te opereren, zoals ook hun docenten dat gaan doen.

Het onderwijs van 2020 in 2011
Is er nu eigenlijk al een onderwijsvorm die al wat in de buurt komt van het onderwijs 3.0 zoals dat door de studenten is geschetst? Ik zou zeggen dat het Montessori/Jenaplan-onderwijs en ontwikkelingsgericht leren er op dit moment nog het dichtste bij komt. Het is het soort onderwijs dat lange tijd een beetje uit de gratie was geraakt door de focus die er de laatste jaren is op prestatie. Veel scholen erkennen dat zelfstandig werken vast wel ergens goed voor moet zijn, en adopteren gretig Montessori-elementjes in hun methodes. Van consequent doorvoeren en werkelijk integreren van een Montessoriaanse of soortgelijke methode in de eigen didactische visie hoeft dan echter nog geen sprake te zijn, uit angst teveel geassocieerd te worden met een werkwijze die bij velen het (angst)beeld oproept van groepen leerlingen die zich weliswaar conform hun eigen interesses hebben ontplooid, maar niet kunnen voldoen aan de CITO-normen van vandaag (‘Ze spelen dan misschien wel jaren in de poppenhoek, in plaats van dat ze echt iets leren’-echt gehoord in de praktijk!).

Voorbereiden op het Nieuwe Werken
Maar is dat eigenlijk wel zo erg? Waarom houden we nog steeds zo vast aan het gegeven dat iedereen hetzelfde moet kunnen op ongeveer hetzelfde niveau na afloop van de schoolcarrière? Uiteindelijk moet iedereen een specialisme leren of ontwikkelen, en waarom bieden we kinderen niet de gelegenheid zo jong mogelijk al te ontdekken waar hun interesses en specialiteiten liggen, en wat ze daarin kunnen betekenen voor anderen? Ze worden zo veel beter klaargestoomd voor het Nieuwe Werken, waarin meer op basis van netwerken wordt gewerkt, op een niet-hiërarchische en plaats-onafhankelijke wijze.

Onderwijs van de toekomst geschikt voor iedereen?
Maar is de nieuwe methode wel voor iedereen geschikt..of nog verregaander: zal iedereen zich wel thuisvoelen in een maatschappij waarin het Nieuwe Werken centraal staat? Zo zou ik me kunnen voorstellen dat leerlingen die van nature abstract en creatief denken hier wel bij varen, maar dat personen die houden van veel structuur en regelmaat hier wellicht veel minder baat bij hebben. Wordt vervolgd.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Geef antwoord op de volgende vraag zodat we zeker weten dat je een persoon bent *